description
Au Promenoir van de Spaanse kunstenaar Joan Cardona i Lladós vat de essentie van het Parijse uitgaansleven in de Belle Époque in één beeld samen. We bevinden ons in het promenoir van een Parijs variététheater, de overdekte wandelgang waar het publiek tussen voorstelling en pauze flaneert, kijkt en gezien wordt.
Centraal staat een elegante jonge vrouw die op het punt staat een trap te bestijgen. Haar lichaam helt voorover, haar gezicht is half naar de beschouwer gewend. Haar rok waaiert uit in een lichte massa van roze en crème. Wie beter kijkt, ziet dat die rok, die een groot deel van het werk beslaat, nauwelijks is getekend: er zijn slechts enkele dunne roze, witte en groene lijntjes op het papier. Het elegant geschoeide onderbeen daarentegen is zorgvuldig uitgewerkt en vormt een statement op zichzelf.
De grote donkere hoed met groene band biedt een krachtig tegenwicht tegen de tere japon en het fijn getekende kanten vestje. Cardona heeft de vrouw betrapt in haar beweging: onderweg naar haar loge, naar de zaal, of lopend langs de promenade waar het sociale spel zich voltrekt. Zij is geen artieste op het podium, en toch verschijnt zij hier als hoofdrolspeelster.
Op de achtergrond bewegen andere bezoekers: dames met grote hoeden, een heer met hoge hoed, gezichten _en profil_, lichamen die met enkele lijnen en enigszins karikaturaal zijn neergezet. Met slechts een handvol figuren roept Cardona de sfeer op van een drukke uitgaansavond, rumoer, beweging, licht, parfum, muziek. Alles om haar heen is suggestie; zijzelf is het brandpunt. Dat is een typisch illustratieve aanpak: de tekenaar vertelt in één oogopslag waar de blik heen moet en welk verhaal zich afspeelt.
Die illustratieve achtergrond is bij Cardona geen toeval. Hij was niet alleen schilder, maar vooral een kunstenaar van de lijn, dichtbij de wereld van het geïllustreerde tijdschrift, de affiche en de prent. Al vroeg werkte hij in Spanje voor allerlei bladen. Later, in Parijs, bewoog hij zich in de bruisende wereld van de Belle Époque, waar schilders, tekenaars, karikaturisten en affichekunstenaars een nieuw beeld gaven van het moderne stadsleven. Zijn vermogen om chic, houding en vrouwelijkheid samen te brengen, werd zo herkenbaar dat een bepaald type mondaine vrouw "een Cardona" werd genoemd.
Toch is ons werk meer dan een mode-illustratie. De kleding is bijna een decor op zichzelf: de transparante omslagdoek, de lange doorzichtige handschoen, de hoed met groene band, de lichte japon met vluchtige witte hoogsels. Het is echter de vrouw die de compositie beheerst. Haar schuine houding, rode mond en zwaaropgemaakte ogen geven haar iets raadselachtigs. Zij is zich bewust van de blikken om haar heen, maar blijft ongrijpbaar: onderdeel van het spektakel en tegelijk degene die het beeld regisseert. Daarmee is zij een typische vrouw van de Belle Époque; elegant, stedelijk, modern en een tikje theatraal.
Henri de Toulouse-Lautrec bracht de Parijse affichekunst tot grote hoogte. Hij vond zijn onderwerpen eveneens in de uitgaanswereld: de Moulin Rouge, de café-concerts, de danseressen en zangeressen. Van artiesten zoals La Goulue en Jane Avril maakte hij moderne beroemdheden. Zijn composities waren monumentaal en radicaal, met grote kleurvlakken en sterke silhouetten; het blad moest immers op straat van afstand werken. Dat Cardona schatplichtig is aan zijn voorganger, zien we meteen. Maar het verschil is minstens zo veelzeggend. Het werk van Cardona is verfijnder, zachter en decoratiever. Waar Lautrec de figuur terugbrengt tot een krachtig teken, blijft Cardona dichter bij de charme van de mode-illustratie: zijn lijnen zijn beweeglijk maar minder agressief, zijn kleuren lichter en de sfeer eleganter. Bij Cardona hoor je het geritsel van zijde en het geroezemoes in de foyer.
In Au Promenoir is de vrouw geen ster op het podium, maar een mondaine verschijning uit de Belle Époque. Cardona toont ons de uitgaanscultuur van die tijd als een droombeeld, licht, modieus, geraffineerd en vol beweging, maar tegelijkertijd met een zweem van satire.
Centraal staat een elegante jonge vrouw die op het punt staat een trap te bestijgen. Haar lichaam helt voorover, haar gezicht is half naar de beschouwer gewend. Haar rok waaiert uit in een lichte massa van roze en crème. Wie beter kijkt, ziet dat die rok, die een groot deel van het werk beslaat, nauwelijks is getekend: er zijn slechts enkele dunne roze, witte en groene lijntjes op het papier. Het elegant geschoeide onderbeen daarentegen is zorgvuldig uitgewerkt en vormt een statement op zichzelf.
De grote donkere hoed met groene band biedt een krachtig tegenwicht tegen de tere japon en het fijn getekende kanten vestje. Cardona heeft de vrouw betrapt in haar beweging: onderweg naar haar loge, naar de zaal, of lopend langs de promenade waar het sociale spel zich voltrekt. Zij is geen artieste op het podium, en toch verschijnt zij hier als hoofdrolspeelster.
Op de achtergrond bewegen andere bezoekers: dames met grote hoeden, een heer met hoge hoed, gezichten _en profil_, lichamen die met enkele lijnen en enigszins karikaturaal zijn neergezet. Met slechts een handvol figuren roept Cardona de sfeer op van een drukke uitgaansavond, rumoer, beweging, licht, parfum, muziek. Alles om haar heen is suggestie; zijzelf is het brandpunt. Dat is een typisch illustratieve aanpak: de tekenaar vertelt in één oogopslag waar de blik heen moet en welk verhaal zich afspeelt.
Die illustratieve achtergrond is bij Cardona geen toeval. Hij was niet alleen schilder, maar vooral een kunstenaar van de lijn, dichtbij de wereld van het geïllustreerde tijdschrift, de affiche en de prent. Al vroeg werkte hij in Spanje voor allerlei bladen. Later, in Parijs, bewoog hij zich in de bruisende wereld van de Belle Époque, waar schilders, tekenaars, karikaturisten en affichekunstenaars een nieuw beeld gaven van het moderne stadsleven. Zijn vermogen om chic, houding en vrouwelijkheid samen te brengen, werd zo herkenbaar dat een bepaald type mondaine vrouw "een Cardona" werd genoemd.
Toch is ons werk meer dan een mode-illustratie. De kleding is bijna een decor op zichzelf: de transparante omslagdoek, de lange doorzichtige handschoen, de hoed met groene band, de lichte japon met vluchtige witte hoogsels. Het is echter de vrouw die de compositie beheerst. Haar schuine houding, rode mond en zwaaropgemaakte ogen geven haar iets raadselachtigs. Zij is zich bewust van de blikken om haar heen, maar blijft ongrijpbaar: onderdeel van het spektakel en tegelijk degene die het beeld regisseert. Daarmee is zij een typische vrouw van de Belle Époque; elegant, stedelijk, modern en een tikje theatraal.
Henri de Toulouse-Lautrec bracht de Parijse affichekunst tot grote hoogte. Hij vond zijn onderwerpen eveneens in de uitgaanswereld: de Moulin Rouge, de café-concerts, de danseressen en zangeressen. Van artiesten zoals La Goulue en Jane Avril maakte hij moderne beroemdheden. Zijn composities waren monumentaal en radicaal, met grote kleurvlakken en sterke silhouetten; het blad moest immers op straat van afstand werken. Dat Cardona schatplichtig is aan zijn voorganger, zien we meteen. Maar het verschil is minstens zo veelzeggend. Het werk van Cardona is verfijnder, zachter en decoratiever. Waar Lautrec de figuur terugbrengt tot een krachtig teken, blijft Cardona dichter bij de charme van de mode-illustratie: zijn lijnen zijn beweeglijk maar minder agressief, zijn kleuren lichter en de sfeer eleganter. Bij Cardona hoor je het geritsel van zijde en het geroezemoes in de foyer.
In Au Promenoir is de vrouw geen ster op het podium, maar een mondaine verschijning uit de Belle Époque. Cardona toont ons de uitgaanscultuur van die tijd als een droombeeld, licht, modieus, geraffineerd en vol beweging, maar tegelijkertijd met een zweem van satire.
Joan Cardona I Llados (Barcelona 1877 - Barcelona 1958)
Au promenoir, in een Parijse variété
Gemengde techniek/papier/karton
34,5 x 24 cm
Rechtsonder gesigneerd "Cardona"
ca. 1909
34,5 x 24 cm
Rechtsonder gesigneerd "Cardona"
ca. 1909
Contact
Kunstgalerij Albricht
Oosterbeek