description
Over Tabula IV meldt Albinus: "In deze figuur zijn, om de vierde laag van de spieren te kunnen tonen, niet alleen de meeste uitwendige delen van de onmiddellijk voorafgaande figuur verwijderd, maar ook alles wat zich in de oogkassen bevindt behalve de spieren; uit de hals de gehele keelholte en de maag, samen met het strottenhoofd en de luchtpijp; uit de geopende borstkas alles wat zich boven het middenrif bevindt, namelijk de longen, het hart, het hartzakje en de longvliezen. Daarnaast zijn ook het gehele buikvlies verwijderd, samen met de ingewanden van de buikholte die het omvat, en verder alles wat aan deze zijde bij de lendenen ligt, behalve de spieren."
En over Tabula VIII: "De vierde laag van de spieren is hier van deze zijde weergegeven, samen met een sterker ontbloot skelet, doordat de meeste oppervlakkige delen van de direct voorafgaande figuur zijn verwijderd. Deze figuur toont de achterzijde van de figuur van de vierde plaat, maar niet geheel volledig. Want noch de binnenste vleugelspier, noch de uitwendige sluitspier van de anus, noch de dwarse spieren van het perineum, noch de tussenbeenspieren en de pezen die naar de vingers lopen in de rechterhand zijn hier weergegeven, evenmin als in die eerdere figuur. Wel zijn de tussenbeenspieren met de pezen in de linkerhand afgebeeld, omwille van de volgorde, aangezien zij op de vierde plaat waren overgeslagen, omdat zij reeds op de derde plaat waren weergegeven."
“Tabulae Sceleti et Musculorum Corporis Humani” was waarschijnlijk het belangrijkste geïllustreerde anatomische werk van de achttiende eeuw. Anatoom Bernhard Siegfried Albinus (1697-1770), die professor was aan de Universiteit Leiden, en graveur Jan Wandelaar (1690–1759) werkten nauw samen om gravures te creëren die zowel wetenschappelijk nauwkeurig als visueel uitzonderlijk fraai waren.
Om de wetenschappelijke nauwkeurigheid van anatomische illustraties te vergroten, ontwikkelden Albinus en Wandelaar een nieuwe techniek waarbij een soort raster geplaatst werd op een vaste afstand van het anatomische object, waardoorheen de tekenaar het object bestudeerde. Het raster vormde dan de leidraad voor de uiteindelijke tekening, die per vierkantje opgebouwd werd.
Albinus geloofde in het idee van de “homo perfectus”, een geïdealiseerd perfect menselijk model waarvan alle mensen afgeleiden waren als varianten. Om deze perfecte mens weer te geven, werden de illustraties gemaakt van meerdere menselijke modellen. Eerdere anatomische voorstellingen, zoals die in het werk van Andreas Vesalius, waren doorgaans gebaseerd op afzonderlijke lichamen; Albinus daarentegen streefde naar een samengesteld, geïdealiseerd menselijk model.
De anatomische figuren werden geplaatst in een weelderige Barokke setting, waarmee een ruimtelijk effect gecreëerd werd en de voorstelling bijzonder fraai en levendig werd.
Wandelaar maakte de eerste platen in 1742, waaronder skeletten afgebeeld met een neushoorn. Dat was de beroemde Indische neushoorn Clara, die destijds in Leiden verbleef en enorm populair was.
Albinus geloofde zo sterk in zijn werk dat hij naar verluidt 24.000 florijnen - ongeveer €1,9 miljoen vandaag de dag - heeft uitgegeven om het te laten maken. Zijn investering leverde platen op die hun gelijke niet kennen en algemeen worden beschouwd als behorend tot de beste gravures ooit gemaakt.
Voordat Jan Wandelaar Bernhard Albinus ontmoette, was al een bekwaam kunstenaar op het gebied van de natuurlijke historie. Hij studeerde bij de Nederlandse prentkunstenaar Jacob Folkema, de Nederlandse graveur en kaartenmaker Willem van der Gouwen, kunstschilder Gerard de Lairesse, en botanicus en anatoom Frederik Ruysch. Van 1746 tot aan zijn dood woonde Wandelaar in het huis van Albinus.
En over Tabula VIII: "De vierde laag van de spieren is hier van deze zijde weergegeven, samen met een sterker ontbloot skelet, doordat de meeste oppervlakkige delen van de direct voorafgaande figuur zijn verwijderd. Deze figuur toont de achterzijde van de figuur van de vierde plaat, maar niet geheel volledig. Want noch de binnenste vleugelspier, noch de uitwendige sluitspier van de anus, noch de dwarse spieren van het perineum, noch de tussenbeenspieren en de pezen die naar de vingers lopen in de rechterhand zijn hier weergegeven, evenmin als in die eerdere figuur. Wel zijn de tussenbeenspieren met de pezen in de linkerhand afgebeeld, omwille van de volgorde, aangezien zij op de vierde plaat waren overgeslagen, omdat zij reeds op de derde plaat waren weergegeven."
“Tabulae Sceleti et Musculorum Corporis Humani” was waarschijnlijk het belangrijkste geïllustreerde anatomische werk van de achttiende eeuw. Anatoom Bernhard Siegfried Albinus (1697-1770), die professor was aan de Universiteit Leiden, en graveur Jan Wandelaar (1690–1759) werkten nauw samen om gravures te creëren die zowel wetenschappelijk nauwkeurig als visueel uitzonderlijk fraai waren.
Om de wetenschappelijke nauwkeurigheid van anatomische illustraties te vergroten, ontwikkelden Albinus en Wandelaar een nieuwe techniek waarbij een soort raster geplaatst werd op een vaste afstand van het anatomische object, waardoorheen de tekenaar het object bestudeerde. Het raster vormde dan de leidraad voor de uiteindelijke tekening, die per vierkantje opgebouwd werd.
Albinus geloofde in het idee van de “homo perfectus”, een geïdealiseerd perfect menselijk model waarvan alle mensen afgeleiden waren als varianten. Om deze perfecte mens weer te geven, werden de illustraties gemaakt van meerdere menselijke modellen. Eerdere anatomische voorstellingen, zoals die in het werk van Andreas Vesalius, waren doorgaans gebaseerd op afzonderlijke lichamen; Albinus daarentegen streefde naar een samengesteld, geïdealiseerd menselijk model.
De anatomische figuren werden geplaatst in een weelderige Barokke setting, waarmee een ruimtelijk effect gecreëerd werd en de voorstelling bijzonder fraai en levendig werd.
Wandelaar maakte de eerste platen in 1742, waaronder skeletten afgebeeld met een neushoorn. Dat was de beroemde Indische neushoorn Clara, die destijds in Leiden verbleef en enorm populair was.
Albinus geloofde zo sterk in zijn werk dat hij naar verluidt 24.000 florijnen - ongeveer €1,9 miljoen vandaag de dag - heeft uitgegeven om het te laten maken. Zijn investering leverde platen op die hun gelijke niet kennen en algemeen worden beschouwd als behorend tot de beste gravures ooit gemaakt.
Voordat Jan Wandelaar Bernhard Albinus ontmoette, was al een bekwaam kunstenaar op het gebied van de natuurlijke historie. Hij studeerde bij de Nederlandse prentkunstenaar Jacob Folkema, de Nederlandse graveur en kaartenmaker Willem van der Gouwen, kunstschilder Gerard de Lairesse, en botanicus en anatoom Frederik Ruysch. Van 1746 tot aan zijn dood woonde Wandelaar in het huis van Albinus.
ANATOMIE ALS KUNST: DE SPIEREN VAN DE MENS VOLGENS ALBINUS; MET NEUSHOORN CLARA
"Musculorum Tabula IV" en "Musculorum Tabula VIII" Kopergravures gemaakt tussen 1739-1743 door Jan Wandelaar voor het beroemde werk “Tabulae Sceleti et Musculorum Corporis Humani” van Bernhard Siegfried Albinus, gepubliceerd in 1747 in Leiden door Johan en Herman Verbeek. Afmetingen (elk): 62 x 47,5 cm.
Contact
Inter-Antiquariaat Mefferdt & De Jonge
Amsterdam