Arnold Ligthart Kunsthandel & Bemiddeling

‘Danseuse’ – ca. 1912

description

Jan Verhoeven (1870 - 1941)

gesigneerd rechtsonder; geannoteerd ‘Verhoeven Rue Girardon’ en getiteld ‘Danseuse’ verso
olieverf op doek
61 x 38,5 cm

Exhibition

Amsterdam, Stedelijk Museum, Moderne Kunstkring, 6 oktober – 12 november 1912, vermoedelijk nummer 236, ‘Nanahoum (danseuse)’

Detail Description

Jan Verhoeven werd op 31 juli 1870 geboren in Amsterdam en woonde vanaf 1896 een viertal jaren in Groningen. Oorspronkelijk ging hij naar Parijs om de wereldtentoonstelling te verslaan voor een dagblad. Eenmaal daar, raakte hij volledig in de ban van het levendige kunstklimaat dat hij hier aantrof. Verhoeven vestigde zich in mei 1900 in Montmartre (Rue Girardon 13) en ontwikkelde zich, in stilte en bittere armoede, tot een volleerd schilder. Vanaf 1906 begint hij bekendheid te verwerven door deelname aan de Salon des Indépendants en, vanaf 1908, de Salon d’Automne. Weldra was zijn werk te zien bij gerenommeerde kunsthandels als Kahnweiler, Druet en Berthe Weill.

Het werk van Van Gogh, Gauguin en de Franse fauvisten inspireerde Verhoeven tot een eigen stijl gebaseerd op heldere, gedurfde kleuren en solide vormen, omsloten door krachtige contouren. Hij legde zich toe op figuurstukken en stillevens, genres die hem het beste lagen. Ofschoon hij de Oriënt nooit had bezocht, specialiseerde hij zich in exotische danseressen in ritmische houdingen. Wat opvalt, naast de frontale weergave, is de aandacht voor patronen in de kleding en decoratieve motieven in de achtergrond. De Neue Zürcher Zeitung (1912) sprak in dat verband over een ‘neue synthetische Kunst’ waarin lijnen en kleurvlakken zijn geïntegreerd in een decoratief geheel. Verhoeven accentueerde de tweedimensionaliteit van het beeldvlak en beperkte de ruimtewerking in zijn composities. De aandacht voor weloverwogen composities kenmerkt zeer zeker ook zijn stillevens, die zorgvuldig zijn gearrangeerd. Verhoeven was goed bevriend met Kees van Dongen, met wie hij correspondeerde en met wie hij, volgens sommige bronnen, een atelier zou hebben gedeeld, al is dat niet zeker. Ook met de voorman van de Fauves, Henri Matisse, onderhield hij contacten.

In zijn boek La Jeune Peinture Francaise (1912) besteedde de gerenommeerde Franse kunstcriticus André Salmon uitgebreid aandacht aan de innovatieve schilderkunst van Verhoeven:

‘Because he formed himself and developed among us, the Dutchman Verhoeven has to be classified among the important figures of new French painting (for the same reason as his compatriot Van Dongen and several others). At the moment, Verhoeven remains perfectly Fauve (…) His inspiration comes from India and the Far East. His models are Indian dancing women. Their apparent immobility comes from capturing a brief instant of their vertiginous of dances. Isn’t that all the frozen splendor of Nirvana ?’ (geciteerd uit: André Salmon, La Jeune Peinture Francaise, Parijs 1912, pp. 37-38. Bewerking en vertaling: Beth S. Gersh-Nesic (ed.), André Salmon on French Modern Art, Cambridge 2005, pp. 47-48)

Terwijl Verhoeven in Parijs bekendheid verwierf op de Parijse Salons en zijn naam regelmatig genoemd zag in de kunstkritieken van Guillaume Apollinaire, brak hij niet veel later, in 1911, ook in ons land door. Op de eerste expositie van de Moderne Kunstkring in het Stedelijk Museum Amsterdam was hij vertegenwoordigd met niet minder dan 12 doeken. Z’n eigenzinnige werk met een – aldus een recensent – ‘sterk decadenten trek’ trok de aandacht en hing prominent in de erezaal. Tijdens de openingsmiddag waren alle twaalf doeken van Verhoeven – waaronder een portret van de Russische ballerina Ida Rubinstein - voorzien van het bordje ‘verkocht’. Dit trok uiteraard de aandacht. Tot de vroege kopers van Verhoevens werk behoorden bekende verzamelaars als Conrad Kickert en Willem Beffie. Ook de Haarlemse kunsthandelaar J.H. de Bois raakte gefascineerd door Verhoeven. Kickert berichtte op 22 oktober 1911 aan Verhoeven: ‘De kunsthandelaar de Bois, een vriend van mij, bezocht de expositie [=Moderne Kunstkring 1911]. Hij interesseerde zich ’t meest voor U en wil een groote tentoonstelling van U organiseeren, maar wilde ook direct de prijzen verdubbelen’.

Op de tweede expositie van de Moderne Kunstkring in 1912 hingen van Verhoeven opnieuw 12 schilderijen. Met Van Dongen, Sluijters, Gestel en Schmidt Rottloff vormde zijn decoratieve, kleurrijke inzending een tegenhanger van het conceptuele, monochrome kubisme van Picasso, Braque, Léger en Metzinger. In datzelfde jaar 1912 participeerde Verhoeven ook in de Keulse Sonderbund, samen met Alma, Van Dongen, Van Rees, Schelfhout en Mondriaan.

In Nederland werd Verhoevens werk goed ontvangen. De kunstcriticus N.H. Wolf schrijft naar aanleiding van de Moderne Kunstkring in 1912:

‘Veel meer voel ik voor Jan Verhoeven, wiens groote collectie van verleden jaar ineens verkocht werd. Hij zond nu twaalf stuks in. Hij is mooier van kleur geworden en overwogener in zijn komposities. Hoewel wat vreemd, in zijn werk, dat iets antiek-dekoratiefs heeft, niet onverdienstelijk en wèl genietbaar. Zijn kleuren passen zich zeer fraai aan bij de Oostersche figuren die hij in beeld brengt’ (N.H. Wolf, ‘Moderne Kunstkring. Stedelijk Museum Amsterdam – II’, De Kunst 5 (19 oktober 1912), no. 247, pp. 43).

In Parijs onderhield Verhoeven een goed contact met Piet Mondriaan. Ofschoon de twee totaal verschillend werk maakten, koesterden ze een wederzijds respect voor elkaars schilderkunst. Dit blijkt onder meer uit een brief van Mondriaan uit 1914, waarin hij aan Lodewijk Schelfhout schrijft: ‘Zooals je schrijft kunnen we elkanders werk geheel waardeeren en toch ieder langs een andere weg gaan. Zoo is ’t ook met mij en Verhoeven, die zoo heel anders is als ik in ’t werk en toch waardeeren we elkaar. Ik heb nog met hem in Zürich geëxposeerd maar niets verkocht’. De expositie waaraan Mondriaan refereert was ‘Werke moderne Pariser Künstler’ in Kunstsalon Wolfsberg in Zürich. Verhoeven had Mondriaan hier geïntroduceerd. Toen Mondriaan gedurende de Eerste Wereldoorlog noodgedwongen in Nederland verbleef, correspondeerde hij met Verhoeven in Parijs.

Verhoeven was een vaste bezoeker van de maandagmiddag ‘jour’ die Kickert in 1912 organiseerde in zijn atelier aan de Rue du Depart 26. Hier ontmoette hij onder meer Schelfhout, Mondriaan, Alma, Otto en Adya van Rees, Le Fauconnier, Léger, Otto Freundlich, Jan van Deene en Jacob Bendien. Van Deene schreef in zijn mémoires dat Verhoeven in die tijd werkte ‘in de geest van de fauves’.

read more
‘Danseuse’ – ca. 1912

contact

Hunzestraat 125 II
1079 VZ Amsterdam
Nederland

M 06 53 32 51 58

arnoldligthart@live.nl
www.arnoldligthart.com