Jacob J. Roosjen SRI®

ZILVEREN WIJNHEVEL

description

J.M. van Kempen III, Utrecht, 1846,
228 gram; 38,8 cm lang

Provenance

Particuliere collectie, Nederland

Literature

-Tentoonstellingscatalogus Mensen in Zilver, bijna twee eeuwen werken voor Van Kempen & Begeer, Boymans van Beuningen, Rotterdam/De Zonnehof, Amersfoort, 1975-1976.
-Barend J.van Benthem, De werkmeesters van Bennewitz en Bonebakker, Amsterdams grootzilver uit de eerste helft van de 19de eeuw, Zwolle, 2005

Detail Description

De wijnhevel bestaat uit een in u-vorm vervaardigde zilveren holle smalle pijp, met daaraan vast een lang parallel lopend mondstuk met een geschroefd knopje, dat door middel van een kettinkje aan de hevel vast gemaakt is. Het uiteinde, dat in het wijnvat gehangen wordt, is geperforeerd met kleine gaatjes rondom. Het andere uiteinde is afgesloten door middel van een taps toelopende afneembare stop met gefacetteerde en met meanders gegraveerde knop. Haaks op de hevel is een opengewerkte sierlijke greep aangebracht, die staat op en dobbelsteenvormige versiering met rozet aan de onderzijde. De merken zijn verspreid afgeslagen, op de greep en op beide uiteinden van de hevel.

De vroegste Nederlandse wijnhevels dateren uit het einde van de achttiende eeuw. Door een wijnhevel te gebruiken kon men het bezinksel in de fles scheiden van de (kruiden)wijn. In het begin van de negentiende eeuw waren zilveren wijnhevels onder andere te koop bij de firma Bennewitz & Bonebakker te Amsterdam, die door verschillende zilversmeden vervaardigd werden. Helweg maakte ook regelmatig wijnhevels in de jaren ’30 en ’40 van de negentiende eeuw. Zijn wijnhevel uit 1847 staat afgebeeld in de literatuur (Van Benthem 2005). Wijnhevels raakten in de tweede helft van de negentiende eeuw in onbruik en zijn relatief weinig bewaard gebleven.

Johannes Mattheus van Kempen III (1814-1877) werd geboren in een familie van zilversmeden. Zijn grootvader en vader, beiden zijn naamgenoten, gingen hem voor in het vak. Nadat zijn vader in 1831 en zijn grootvader in 1833 waren overleden, betrok hij in 1835 een eigen pand aan de Choorstraat 32 te Utrecht, in dezelfde straat waarin zijn moeder met haar nieuwe echtgenoot de zaak van zijn vader voortzette tot 1840. In twintig jaar tijd groeide zijn bedrijf uit tot vijftig medewerkers. Door de groei van het bedrijf moest omgezien worden naar een ander pand, hetgeen uiteindelijk buiten Utrecht gevonden werd in Voorschoten.

read more
ZILVEREN WIJNHEVEL

contact

Breukelen
Nederland

M +31 (0)6 53 26 82 80

info@jacobroosjen.com