Jacob J. Roosjen SRI®

ZILVEREN THEEPOT OP KOMFOOR

description

Benjamin Overdorp, Deventer, 1730
810 gram bruto; 20,5 cm hoog

Provenance

Particuliere collectie, Nederland

Literature

Dr. J. R ter Molen, Deventer Zilver, Deventer, 1997, p.114 (nr. CIV/ 14)
Tentoonstellingscatalogus, red. Lydie van Dijk, Glans langs de IJssel, Zwolle, 1999, p.105 (afbeelding)

Detail Description

Deze in de literatuur vermelde en in Lodewijk XIV–stijl vervaardigde theepot (trekpot) heeft een gladde, bolle buik met ingesnoerde hals, een gebogen, deels gefacetteerde schenktuit en een houten oor; het ronde geprofileerde, afneembare deksel heeft een houten knop. Het bijbehorende komfoor rust op drie voluut-vormige voetjes, waartussen schelpornamenten geappliqueerd zijn. De brede ajour gezaagde geschulpte rand bestaat uit Lodewijk XIV-motieven. De latere roodkoperen binnenbak met standring is door middel van een schroefverbinding aan de onderzijde bevestigd. Het komfoor is voorzien van een gedraaid houten handvat. Het ronde zilveren plaatje met drie ajour gezaagde ornamenten is van later datum. Volledig gekeurd op de onderzijde van de theepot en onderzijde van het komfoor.

Theecultuur in Nederland
Het gebruik van thee hebben we in Nederland te danken aan de zeventiende-eeuwse koopvaardijvaarders van de VOC, die in China en Japan in aanraking kwamen met deze lekkere drank. Zij zagen handel in dit product en transporteerden grote hoeveelheden naar met name Amsterdam, waar de thee in pakhuizen werd opgeslagen en daarna voor hoge bedragen werd geveild. Thee was daardoor tot de eerste helft van de achttiende eeuw een drank voor uitsluitend de zeer welgestelden. Aanvankelijk werd thee zelfs als medicijn beschouwd, gepropageerd door artsen als Anthoni van Leeuwenhoek, Boerhave, Tulp en Bontekoe. Thee zou het bloed zuiveren en de geest verhelderen en vooral de kas van de aandeelhouders van de VOC spekken. Aan het einde van de zeventiende eeuw werd de drank als genotmiddel genuttigd door veelal deftige dames, die theekransjes organiseerden. Het theegebruik begon in de achttiende eeuw steeds meer in zwang te raken. Er werden zelfs speciale ruimtes in huis en buitenshuis ingericht met een theetafel met alles erop en eraan. De theekoepels bij de buitenplaatsen o.a. aan de Vecht zijn daar nog een blijvend voorbeeld van.

Het theegerei bestond voornamelijk uit kostbare porseleinen en zilveren voorwerpen, die de hoge prijs van de thee nog eens onderstreepten. Zilversmeden kregen de opdracht kleine zilveren trekpotjes te vervaardigen en grote zilveren waterketels op komfoor, die dienden om heet water bij te schenken op de sterk gezette thee in het trekpotje. Ook zilveren theebussen met slotje en theekisten met diverse theebussen erin werden besteld. De theekisten bevatten meestal drie bussen, voor twee soorten thee met de meng-bus in het midden.

De zilversmid
Dr. J.R. ter Molen heeft in zijn publicatie Deventer zilver een biografie over Benjamin Overdorp geschreven die wij hier citeren. “In zijn vaderstad Zutphen, waar hij op 27 september 1682 als zoon van Egbert Overdorp en Aaltjen in den Dam gedoopt was, is Benjamin Overdorp tot zilversmid opgeleid. Kort nadat hij in het jaar 1714 burger van Deventer geworden was, trouwde hij met de uit Voorst afkomstige Anna van Beeck. Uit hun huwelijk zijn enkele kinderen voortgekomen, van wie er een, de in 1726 geboren Derk Jan, het beroep van zijn vader heeft gekozen.
Benjamin Overdorp, die vanaf 1721 de functie van diaken heeft bekleed, is in 1756 overleden en op 10 maart begraven. Het werk van deze zilversmid is sterk gevarieerd, behalve tafelzilver kennen wij diverse andere voorwerpen, die zijn meesterteken dragen, zoals avondmaalsbekers, een potpourri, een roskam en een tabakspot.”

read more
ZILVEREN THEEPOT OP KOMFOOR

contact

Breukelen
Nederland

M +31 (0)6 53 26 82 80

info@jacobroosjen.com